Op vrijdag 5 september vond in Amsterdam de eerste landelijke conferentie over ‘Een goed lokaal referendum’ plaats. Een divers gezelschap aan raadsleden, ambtenaren, referendumcommissieleden, wetenschappers en andere geïnteresseerden ging in gesprek over verschillende aspecten van het lokale referendum in Nederland. REDRESS-teamleden Martin Rosema en Charlotte Wagenaar leverden wetenschappelijke bijdragen aan twee verschillende deelsessies.

Charlotte presenteerde in de deelsessie over de vraagstelling verschillende internationale richtlijnen voor een goede referendumvraag en de mogelijkheden voor een meerkeuzereferendum, bijvoorbeeld middels een alternatief burgervoorstel zoals vastgelegd in de Amsterdamse referendumverordening. Onder leiding van Marion Veerbeek en met aanvullende (praktijk)inzichten van Philip van Praag ging het gesprek met de aanwezigen over de haken en ogen aan het formuleren van een goede referendumvraag, de rollen van verschillende actoren en het stramien van de referendumverordening. Het verkennen van de mogelijkheden voor een burgerlijk tegenvoorstel alsook voor referenda over deelonderwerpen werden door de deelnemers als aanbevelingen gedeeld.

In de deelsessie over doel en effect sprak Martin over de mogelijke doelstellingen achter een lokaal referendum. In de daaropvolgende discussie met de aanwezigen onstond er consensus over drie mogelijke doelstellingen voor referenda: het legitimeren van een besluit, het betrekken van burgers en het bieden van een noodrem. Afhankelijk van de doelstelling die je kiest, moet je de procedures daarop aanpassen, aldus Martin. De relatie tussen het referendum en andere participatieinstrumenten kwam zowel in de sessie van Martin als die van Charlotte aan de orde. Wanneer is een referendum geschikt, en wanneer zou een burgerforum of PWE raadpleging beter zijn? Of kunnen we die instrumenten gebruiken in aanvulling op een referendumstemming? Moet het referendum het sluitstuk vormen van een goed participatietraject? Ook ontwerpvraagstukken passeerden de revue, met als gedeelde mening in beide deelsessies dat meer gemeenten burgerinitiatieven mogelijk zouden moeten maken.

In de plenaire sessie benadrukte Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink dat een referendum de tijd moet krijgen om ingebed te raken: “ervaring opdoen met referenda is heel erg work-in-progress”. We kunnen leren van landen als Zwitserland waar referenda met regelmaat plaatsvinden. Ook merkte hij terecht op dat je een referendumverordening “permanent zult moeten blijven ontwikkelen”. Dat laatste geldt ook voor de VNG Model Referendumverordening, waarvan de meest actuele versie uit 2019 stamt. De modelverordening dient als een goed startpunt voor gemeenten die een referendumverordening willen opstellen, maar ook deze modelverordening moet voortdurend met de tijd meegaan. Want zoals VNG-directeur Lokaal Bestuur Andries Kok het treffend verwoordde: “de spelregels bepalen ook wat het oplevert”. Ook voor een vernieuwing van de model referendumverordening is tijdens de conferentie over het lokale referendum goede input opgehaald. De vruchtbare kennisuitwisseling tijdens deze conferentie past dan ook mooi in de visie van Kok: “democratie is een ambacht”.