Wat zijn volgens lokale politici en burgers optimale participatieprocessen? In een context waarin burgerparticipatie niet meer weg te denken is, is het vaak niet zozeer de vraag of, maar hoe burgers participeren in beleidsvorming. Er is echter weinig onderzoek dat systematisch vergelijkt welke aspecten van participatieprocessen de voorkeur hebben van burgers en van politici, en in welke mate die voorkeuren tussen de twee groepen verschillen of overlappen.

In het voorjaar van 2024 leden we als onderdeel van de Basismonitor Publieke Ambtsdragers diverse vragen over burgerparticipatie voor aan raadsleden, wethouders en burgemeesters. In het najaar van 2024 konden we, met dank aan een onderzoeksvoucher van het Kennisknooppunt Participatie, deze studie in samenwerking met Invior Full Contact herhalen onder burgers. Een vergelijking van de  opvattingen van beide groepen is te lezen in het onderzoeksrapport, van de hand van REDRESS-leden Take Sipma en Charlotte Wagenaar en Roos Geurts van Invior Full Contact.

Aan beide groepen werd gevraagd in welke mate zij belang hechten aan meepraten, meeslissen en meedoen op lokaal niveau. Onder beiden bestaat grote steun voor meepraten en meedoen. Meebeslissen, bijvoorbeeld door middel van een referendum, wordt minder hoog gewaardeerd, met name door politici. Praktisch opgeleide inwoners, ouderen en inwoners met weinig vertrouwen in de representatieve democratie hechten over het algemeen meer belang aan de verschillende vormen van burgerparticipatie.

Over de huidige mogelijkheden om te participeren in hun gemeente zijn inwoners minder tevreden dan ambtsdragers. Onder zowel inwoners als raadsleden blijft de gemiddelde waardering voor de drie vormen van participatie onder de 6 steken. Inwoners die aangeven burgerparticipatie belangrijk te vinden zijn gemiddeld nog minder tevreden over de bestaande participatiemogelijkheden.

Vervolgens hebben we in een conjoint experiment steeds twee verschillende participatieprocessen voorgelegd, om te onderzoeken naar welke concrete wijze van participeren de voorkeur uitgaan. De participatieprocessen verschilden op de volgende aspecten:

  • Initiatiefnemer (gemeenteraad; college; inwoners)
  • Wijze van participatie (stemming; burgerberaad; combinatie van beiden)
  • Thema (groenbeheer; verkeersveiligheid; opvang van asielzoekers; energietransitie)
  • Binding aan uitkomsten (vrijblijvend advies; verplichte bespreking; bindend)

Inwoners blijken weinig voorkeur te hebben voor een specifieke initiatiefnemer. Onder zowel inwoners als politici is er steun voor initiatief vanuit inwoners en de raad. Politici – met uitzondering van collegeleden – zijn kritischer over participatie geïnitieerd door het college.

Politici hebben een duidelijke voorkeur voor een burgerberaad boven een stemming, en waarderen combinaties van beiden daartussenin. Inwoners daarentegen waarderen het burgerberaad beduidend lager dan vormen van participatie waarbij alle inwoners kunnen meestemmen. Hun voorkeur gaat uit naar combinaties van een burgerberaad en een stemming, vooral in die volgorde. In die laatste combinatie vinden beide groepen elkaar qua steun.

Niet geheel verrassend wordt een vrijblijvend advies door burgers niet positief beoordeeld – maar dat geldt ook voor politici. Waar inwoners echter zowel een bindende uitkomst als een uitkomst die moet worden besproken nagenoeg gelijk beoordelen, zijn politici zeer negatief over een bindende uitkomst. Onder beide groepen bestaat wel grote steun voor een uitkomst die in de raad moet worden besproken en gemotiveerd.

Over het onderwerp van de participatie zijn burgers niet uitgesproken; zij uiten enkel een lichte voorkeur voor het onderwerp verkeersveiligheid. Onder ambtsdragers zien we een duidelijkere voorkeur voor minder controversiële thema’s als groenbeheer en verkeersveiligheid boven onderwerpen als de opvang van asielzoekers.

Deze bevindingen laten overlap zien tussen de voorkeuren van inwoners en lokale ambtsdragers, maar ook relevante verschillen. Hybride participatievormen, waarin in een burgerberaad en een stemming worden gecombineerd, kunnen bij beide groepen op steun rekenen en zouden zich goed lenen voor meer experimenten in de praktijk. Deze vormen maken het mogelijk om de uitwisseling van argumenten – die met name door politici wordt gewaardeerd – en de mogelijkheid tot inspraak van alle inwoners – die met name inwoners zelf belangrijk vinden – te combineren.

Een participatieproces dat wordt geïnitieerd door inwoners of raadsleden en waarvan de uitkomst moet worden besproken in de raad lijkt kansrijk te zijn. Van belang is om vooraf duidelijk te communiceren over de wijze waarop de raad de uitkomst zal bespreken, motiveren en/of in stemming brengen en de termijn waarbinnen dit zal plaatsvinden. Onderwerpen die direct raken aan de eigen leefomgeving kunnen qua thematiek een goed startpunt zijn.

Ons onderzoek laat zien waar gedeeld draagvlak ligt in de opvattingen van inwoners en politici over burgerparticipatie in lokale beleidsvorming. In de toekomst zouden politici inwoners ook zelf kunnen betrekken bij de vraag op welke wijze zij het liefste zouden participeren, om hun voorkeuren mee te nemen bij het ontwerpen van participatietrajecten.

Het hele rapport is hier te lezen.